Longtail: weinig zoekvolume, veel koopintentie

Bijna elke ondernemer wil scoren op het populairste woord uit zijn vak. Aannemer, advocaat, fysiotherapeut. Dat zijn precies de woorden waar iedereen op mikt en waar je jaren voor nodig hebt. En het gekke is: die woorden leveren vaak minder op dan de lange zoekopdrachten eronder.

Wie zoekt op aannemer, orienteert zich. Wie zoekt op kosten dakkapel plaatsen West-Friesland, is bijna zover.

Ik begin bij een nieuwe klant daarom altijd onderaan. Welke vragen komen er binnen aan de telefoon, en welke woorden gebruiken mensen daarbij?

Dat levert twintig onderwerpen op waar niemand op mikt. Samen zijn ze meer waard dan een plek op dat ene populaire woord.

Longtail uitgelegd in het webdesign woordenboek van Project Direct
Weinig zoekvolume, veel koopintentie.

Wat is longtail?

Longtail zoekwoorden zijn langere, specifieke zoekopdrachten met weinig volume. De term komt van de vorm van een grafiek.

Links staan enkele woorden met enorm veel zoekopdrachten. Naar rechts loopt een lange, lage staart. Duizenden woorden die elk maar een paar keer per maand gezocht worden.

Bij elkaar opgeteld is die staart groter dan de kop. Meer over het losse begrip lees je bij keyword.

Het verschil met shorttail

Shorttail is kort en breed: webdesign. Longtail is lang en specifiek: wat kost een website voor een kapsalon.

Dat eerste heeft veel zoekvolume en veel concurrentie. Dat tweede heeft weinig van allebei.

Waarom het beter werkt

Om twee redenen, en de tweede is de belangrijkste.

De eerste is haalbaarheid. Op een specifieke vraag staan vaak maar een paar pagina’s die het antwoord echt geven. Daar kom je binnen maanden tussen.

De tweede is koopintentie. Hoe specifieker de vraag, hoe verder iemand in zijn beslissing zit. Die persoon vraagt eerder een offerte aan.

Waar je ze vindt

  1. In je Google Search Console, bij de zoekopdrachten.
  2. In je eigen mailbox, bij vragen van klanten.
  3. Bij de suggesties onderaan een zoekresultatenpagina.
  4. In de vragen die Google zelf toont boven de resultaten.

Die eerste is de sterkste. Daar zie je woorden waarop je al vertoond wordt zonder dat je erover schreef.

Hoeveel volume heb je nodig?

Veel minder dan de meeste hulpmiddelen suggereren. Een woord met tien zoekopdrachten per maand kan prima renderen.

Reken het door. Tien zoekopdrachten, waarvan drie klikken en een aanvraag. Is een opdracht duizend euro waard, dan is dat een goede pagina.

Veel hulpmiddelen tonen nul bij dit soort woorden. Dat betekent niet dat er niemand zoekt, maar dat het te weinig is om te meten. Bij het zoekwoordonderzoek kijk ik daarom naar je eigen cijfers en niet naar een schatting.

Hoe je het verwerkt

Niet door woorden in je tekst te proppen. Dat werkt al tien jaar niet meer.

Zet de vraag letterlijk als kop op je pagina, net als bij een landingspagina. Geef er direct een volledig antwoord op. Zo maak je bovendien kans op een featured snippet.

Maak liever een goede pagina per vraag dan tien halve. Bij het schrijven van vraaggerichte teksten geldt dezelfde regel als bij evergreen content. Volledig beantwoorden, of niet beginnen.

Waarom hulpmiddelen je op het verkeerde been zetten

Veel programma’s tonen nul zoekvolume bij dit soort woorden. Dat betekent niet dat er niemand zoekt, maar dat het te weinig is om te meten.

Juist die woorden zijn interessant, want niemand anders schrijft erover. Wie op zoekvolume selecteert, laat precies de makkelijkste kansen liggen.

Een pagina per vraag

De verleiding is groot om tien vragen in een lange pagina te stoppen. Dat werkt zelden, want zo’n pagina beantwoordt geen van de tien echt goed.

Maak liever een pagina per vraag, met een duidelijke kop en een compleet antwoord. Verwijs ze onderling naar elkaar, dan versterken ze elkaar.

Bouw het op in de tijd

Twintig longtail pagina’s die elk drie bezoekers per week trekken, leveren samen zestig bezoekers op. Bovendien zijn ze stuk voor stuk realistisch om te halen.

Begin met drie en kijk na een kwartaal wat er gebeurt. Dat is een eerlijker test dan een jaar mikken op dat ene populaire woord.

Meer vragen over Longtail

Dit zijn de vragen die ik hierover het vaakst krijg. Ik werk ze los uit.

  • Wat is longtail?
  • Waarom scoren longtail zoekwoorden beter?
  • Hoe vind je longtail zoekwoorden?
  • Hoeveel zoekvolume heb je nodig?
  • Wat is het verschil tussen shorttail en longtail?
  • Hoe verwerk je longtail in je teksten?
Shorttail is kort en breed. Longtail is lang en specifiek. Een voorbeeld maakt het duidelijk. Webdesign is shorttail. Wat kost een website voor een kapsalon is longtail. Dat eerste heeft veel zoekvolume en veel concurrentie. Dat tweede heeft weinig van allebei, en dat is precies waarom het interessant is. Er zit nog een verschil dat zwaarder weegt. De intentie achter de zoekopdracht is anders. Wie zoekt op aannemer, orienteert zich nog. Wie zoekt op kosten dakkapel plaatsen in West-Friesland, is bijna zover. Die tweede persoon vraagt eerder een offerte aan, ook al zijn het er veel minder per maand. Kies bewust waar je op mikt. Op een breed woord bouw je jaren, op een specifieke vraag maanden. Dat verschil bepaalt of je resultaat ziet binnen dit jaar. Combineer beide: mik op de lange vragen en bouw ondertussen aan het brede woord. Zo bouw je op korte termijn resultaat en op lange termijn positie.
Longtail zoekwoorden zijn langere, specifieke zoekopdrachten met weinig zoekvolume. De term komt van de vorm van een grafiek. Links staan enkele woorden met enorm veel zoekopdrachten. Naar rechts loopt een lange, lage staart van duizenden woorden die elk maar een paar keer per maand gezocht worden. Bij elkaar opgeteld is die staart groter dan de kop. Dat is de kern van het hele idee. Bijna elke ondernemer wil scoren op het populairste woord uit zijn vak. Aannemer, advocaat, fysiotherapeut. Dat zijn precies de woorden waar iedereen op mikt. Daar heb je jaren voor nodig. En het gekke is dat die woorden vaak minder opleveren dan de lange zoekopdrachten eronder. Meer over het losse begrip lees je bij keyword. Kijk eens naar de laatste tien telefoontjes die je kreeg. De vragen die daarin voorbijkwamen, zijn vrijwel altijd goede paginatitels om mee te beginnen. Schrijf ze op zoals de klant ze stelde, dus in zijn woorden en niet in vakjargon.
Om twee redenen, en de tweede is de belangrijkste. De eerste is haalbaarheid. Op een specifieke vraag staan vaak maar een paar pagina’s die het antwoord echt geven. Daar kom je binnen maanden tussen in plaats van binnen jaren. De tweede is koopintentie. Hoe specifieker de vraag, hoe verder iemand in zijn beslissing zit. Iemand die op een prijsvraag zoekt, is aan het vergelijken. Iemand die op een vakterm zoekt, is aan het leren. Dat verschil zie je terug in je aanvragen. Twintig longtail pagina’s die elk drie bezoekers per week trekken, leveren samen meer op dan een plek op een populair woord. En ze zijn stuk voor stuk realistischer om te halen. Meer daarover lees je bij SEO. Begin met drie pagina’s en kijk na een kwartaal wat er gebeurt. Dat is een eerlijker test dan een jaar mikken op dat ene populaire woord uit je vak. Meet daarbij op aanvragen en niet alleen op bezoekersaantallen.
Op vier plekken, en de eerste is veruit de sterkste. In je Google Search Console, bij de zoekopdrachten. Daar zie je woorden waarop je al vertoond wordt zonder dat je erover schreef. Dat is gratis onderzoek dat over jouw site gaat. In je eigen mailbox, bij vragen die klanten je stellen voordat ze tekenen. Die vragen zijn bijna altijd goede paginatitels. Bij de suggesties onderaan een zoekresultatenpagina. En in de vragen die Google zelf toont boven de resultaten. Ik begin bij een nieuwe klant altijd onderaan. Welke vragen komen er binnen aan de telefoon, en welke woorden gebruiken mensen daarbij? Dat levert twintig onderwerpen op waar niemand op mikt. Meer daarover lees je bij Google Search Console. Zet die zoekopdrachten in een lijst en werk hem van boven naar beneden af. Zonder lijst schrijf je over wat je toevallig invalt, en dat is zelden wat je klanten vragen. Sorteer die lijst op vertoningen, dan begin je waar de meeste kans zit.
Veel minder dan de meeste hulpmiddelen suggereren. Een woord met tien zoekopdrachten per maand kan prima renderen. Reken het door voor je eigen situatie. Tien zoekopdrachten, waarvan drie klikken en een aanvraag. Is een opdracht duizend euro waard, dan is dat een uitstekende pagina. Veel hulpmiddelen tonen nul bij dit soort woorden. Dat betekent niet dat er niemand zoekt, maar dat het te weinig is om te meten. Juist die woorden zijn interessant, want niemand anders schrijft erover. Wie op zoekvolume selecteert, laat precies de makkelijkste kansen liggen. Ik kijk daarom naar je eigen cijfers en niet naar een schatting uit een programma. Wat er in jouw Search Console staat, gaat over jouw klanten en niet over een gemiddelde. Laat je niet ontmoedigen door een nul in een zoekwoordprogramma. Die nul betekent alleen dat het volume te klein is om te meten, niet dat er niemand zoekt. Kijk liever in je eigen Search Console, want die cijfers gaan over jouw klanten.
Wil je weten op welke specifieke vragen jij al gevonden wordt? Stuur me je website via het formulier hieronder. Ik haal de zoekopdrachten uit je Search Console waar je vertoningen op krijgt zonder klikken. Dat zijn je snelste kansen. Vermeld je plaats, dan weet ik meteen waar je zit.

Waar kan ik je mee helpen?