Bounce rate: het cijfer dat vaak verkeerd wordt gelezen
“Mijn bounce rate is 78 procent, dat is toch verschrikkelijk?” Die zin krijg ik regelmatig te horen. Meestal met een screenshot uit Google Analytics erbij. En bijna net zo vaak is het antwoord: nee, dat valt best mee.
Bounce rate is namelijk het meest misbegrepen getal in webstatistieken. Het zegt iets, maar zelden wat mensen denken.
Bij Fietspoint Ruiter speelde dit precies zo. De openingstijdenpagina had een bouncepercentage van boven de tachtig. Op papier alarmerend.
Toen ik erop inzoomde bleek het tegendeel. Mensen zochten op openingstijden, kregen het antwoord binnen twee seconden, en vertrokken tevreden. Die pagina deed precies zijn werk. We hebben daar niets aan veranderd. Wel heb ik het telefoonnummer klikbaar gemaakt, zodat de volgende stap ook echt te zetten was.
Een hoog percentage is niet altijd een slecht teken.
Wat is bounce rate?
De bounce rate is het percentage bezoekers dat op één pagina binnenkomt en weer weggaat. Zonder door te klikken naar een andere pagina. In het Nederlands: het percentage bezoekers die afhaken.
Belangrijk detail: de tijd telt niet mee in de klassieke definitie. Iemand die tien minuten leest en dan weggaat, telt als bounce. Iemand die na drie seconden doorklikt, telt niet als bounce.
Waarom dat cijfer bedriegt
Daar zit meteen de zwakte. Een hoog bouncepercentage kan betekenen dat je pagina slecht is. Het kan ook betekenen dat je vraag direct beantwoord is. Het cijfer maakt dat verschil niet.
In Google Analytics 4 is dit trouwens omgedraaid. Daar meet men engagement rate: het percentage bezoekers dat wél betrokken was. Bounce rate is daar simpelweg het spiegelbeeld.
Wat is een goede bounce rate?
Dat hangt volledig af van het paginatype. Ik hanteer deze richtlijn.
Wat ik per paginatype verwacht
Blog- en woordenboekpagina’s: 65 tot 90 procent is normaal.
Dienstenpagina’s: 40 tot 60 procent.
Productpagina’s: 20 tot 45 procent.
Contactpagina’s: 40 tot 70 procent.
Homepages: 30 tot 50 procent.
Zit je ver boven die marges op een pagina die móet converteren, dan is er werk. Zit je erboven op een informatiepagina, haal dan je schouders op.
De vier oorzaken die ik het vaakst zie
1. Trage laadtijd
Dit is nummer één, met afstand. laadtijd en afhaken horen bij elkaar. Duurt het langer dan drie seconden? Dan haakt een flink deel af voordat je pagina er staat. Zie ook pagespeed.
2. Verkeerde verwachting
Iemand zoekt op een prijs en komt op een merkverhaal. Dat is een probleem met zoekintentie. De bezoeker is niet fout, je pagina beantwoordt de vraag niet.
3. Geen volgende stap
Soms is de tekst prima, maar staat er nergens wat je nu moet doen. Zonder duidelijke call-to-action gaat iemand terug naar Google.
4. Slechte mobiele weergave
Tekst die je moet vergroten, knoppen die te dicht op elkaar staan. Op een telefoon is het geduld korter. Zie ook mobile first.
Zo pak ik het aan
Ik kijk nooit naar het cijfer van de hele site. Dat gemiddelde vertelt je niets, want het klapt informatiepagina’s en verkooppagina’s op één hoop.
In plaats daarvan sorteer ik op pagina’s met veel verkeer én een hoge bounce. Daar zit je geld. Vervolgens kijk ik naar de kwaliteit van je verkeer. Komen die bezoekers uit Google, uit advertenties of van sociale media?
Een heatmap laat daarna zien tot hoe ver mensen scrollen. Combineer dat met de sessieduur en je hebt een compleet beeld. Pas dan grijp ik in.
Telt het mee voor Google?
Google heeft nooit bevestigd dat bounce rate een directe rankingfactor is. Wat wel meetelt, is of bezoekers krijgen wat ze zoeken. Dat is precies wat een goede bounce rate weerspiegelt.
Optimaliseer dus niet op het cijfer. Optimaliseer op de vraag erachter. Meer daarover lees je bij conversie en CRO.
Meer vragen over Bounce rate
Dit zijn de vragen die ik hierover het vaakst krijg. Ik werk ze los uit.
Wat is bounce rate precies?
Wat is een goede bounce rate?
Waarom is mijn bounce rate zo hoog?
Is een hoge bounce rate altijd slecht?
Hoe verlaag je je bounce rate?
Telt bounce rate mee voor je positie in Google?
Wat is een goede bounce rate?
Ik zie steeds dezelfde vier oorzaken, en de eerste is met afstand de grootste.
Een trage laadtijd. Duurt het langer dan drie seconden, dan haakt een flink deel af voordat je pagina er staat. Dat telt in je statistieken gewoon mee als bezoek.
Een verkeerde verwachting. Iemand zoekt op een prijs en komt op een merkverhaal terecht. De bezoeker is niet fout, jouw pagina beantwoordt zijn vraag niet.
Geen duidelijke volgende stap. De tekst klopt, maar nergens staat wat je nu moet doen. Dan gaat iemand terug naar de zoekresultaten.
En een slechte mobiele weergave. Tekst die je moet vergroten, knoppen die te dicht op elkaar staan. Op een telefoon is het geduld korter dan op een laptop. Zie ook pagespeed.
Pak ze in die volgorde aan. Snelheid eerst, want dat raakt elke pagina tegelijk. Loop deze vier punten eens langs op je drukste pagina. Meestal springt er direct een oorzaak uit.
Waarom is mijn bounce rate zo hoog?
Dat hangt volledig af van het soort pagina. Een gemiddelde over je hele site zegt niets, want het gooit informatiepagina’s en verkooppagina’s op een hoop.
Bij blog- en woordenboekpagina’s is 65 tot 90 procent normaal. Iemand zoekt een antwoord, krijgt het en vertrekt tevreden. Dat is geen mislukking.
Bij dienstenpagina’s houd ik 40 tot 60 procent aan. Bij productpagina’s 20 tot 45 procent, want daar hoort iemand door te klikken naar de winkelwagen. Bij een contactpagina mag het weer hoger liggen.
Zit je ver boven die marge op een verkooppagina? Dan is er werk aan de winkel. Zit je erboven op een informatiepagina, haal dan je schouders op.
Vergelijk vooral met jezelf. Hoe stond deze pagina er drie maanden geleden voor? Die lijn zegt meer dan een landelijk gemiddelde uit een blog.
Zet je cijfers per kwartaal naast elkaar in een simpel overzicht. Die lijn vertelt je meer dan een los getal. Zie ook KPI.
Is een hoge bounce rate altijd slecht?
Nee, en dat is precies waarom dit cijfer zo vaak verkeerd wordt gelezen. Een bounce betekent alleen dat iemand geen tweede pagina bezocht. Het zegt niets over tevredenheid.
Neem een pagina met je openingstijden. Iemand zoekt, vindt het antwoord binnen twee seconden en gaat weer weg. Dat is honderd procent succes en tegelijk een bounce.
Hetzelfde geldt voor een pagina met je telefoonnummer. Belt iemand na het lezen, dan zie jij dat nergens in je statistieken terug. Toch is dat precies de bedoeling.
Daarom kijk ik nooit naar bounce rate alleen. Ik zet het naast de tijd op de pagina, de scrolldiepte en het aantal telefoonklikken.
In Google Analytics 4 is dit trouwens omgedraaid naar engagement rate. Dat is hetzelfde getal, maar dan vanaf de positieve kant bekeken. Zie ook Google Analytics.
Meet daarom altijd meerdere dingen samen. Een cijfer zonder context is een mening met een getal erbij. Kijk daarnaast naar je telefoonklikken en je routebeschrijvingen. Die tellen zelden mee, maar leveren wel klanten op.
Hoe verlaag je je bounce rate?
Begin niet bij het cijfer, maar bij de pagina’s die er echt toe doen. Sorteer op veel verkeer en een hoge bounce. Daar zit je grootste kans.
De eerste ingreep is bijna altijd snelheid. Comprimeer je afbeeldingen, zet lazy loading aan en gooi ongebruikte scripts eruit. Dat levert direct resultaat op.
De tweede is de kop. Sluit die aan op wat mensen intypten in Google? Zo niet, dan haken ze af voordat ze verder lezen. Kijk in Search Console op welke zoektermen deze pagina binnenkomt.
De derde is een duidelijke volgende stap. Een knop, een link naar een verwante pagina, een telefoonnummer. Geef mensen een reden om te blijven.
Meet daarna opnieuw, en gun het minstens vier weken. Een verschil van een paar procent in een week is ruis. Zie ook A/B-testen.
Noteer wat je hebt gewijzigd en wanneer. Zonder dat logboek weet je over drie maanden niet meer wat werkte.
Telt bounce rate mee voor je positie in Google?
Google heeft nooit bevestigd dat bounce rate een directe rankingfactor is. Woordvoerders hebben het meerdere keren ontkend, en dat is ook logisch.
Google heeft namelijk geen toegang tot de statistieken van iedere website. Analytics-data wordt niet gebruikt voor de zoekresultaten. Dat zou ook oneerlijk zijn tegenover sites die geen meetcode gebruiken.
Wat wel meetelt, is of bezoekers krijgen wat ze zoeken. Klikt iemand op jouw resultaat en is hij zo weer terug? Dat signaal ziet Google wel degelijk. Dat signaal ziet Google wél.
In de praktijk hangen die twee dingen samen. Een pagina die zijn belofte waarmaakt, heeft meestal een gezonde bounce rate én een goede positie.
Optimaliseer dus niet op het getal, maar op de vraag erachter. Zie ook SEO.
Zoek dus niet naar een magisch percentage. Zoek naar de vraag waarmee iemand binnenkwam. Focus daarom op de kop en het eerste scherm. Daar valt de beslissing om te blijven.
Zie je een hoog bouncepercentage en weet je niet of dat erg is? Laat het me weten via het formulier hieronder. Ik kijk mee in je statistieken en zeg je per pagina of er echt iets aan de hand is. Vaak valt het mee, en soms niet. Vermeld je plaats, dan weet ik met wie ik te maken heb.
Waar kan ik je mee helpen?
Ook bekend als: Bouncepercentage, weigeringspercentage, afhaakpercentage