Hoe meet je de snelheid van je website?
Op twee manieren, en je hebt ze allebei nodig. Een testprogramma geeft je een momentopname, de gegevens van echte bezoekers geven je het werkelijke beeld.
Die twee wijken vaak flink af. Een test vanaf een snelle server in Amsterdam zegt weinig over iemand met vier streepjes bereik in de trein.
Begin bij de echte bezoekers. Dat is waar je op stuurt; de test gebruik je om te zoeken wat eraan schort.

De twee soorten metingen
De eerste heet een labmeting: een programma laadt je pagina onder vaste omstandigheden en rekent er een score bij. Handig, want je kunt hem herhalen en vergelijken.
De tweede is een veldmeting: gegevens van bezoekers die je site echt hebben bezocht, met hun eigen telefoon en hun eigen verbinding.
Wat een labmeting waard is
Als diagnose is hij uitstekend. Hij vertelt je welke afbeelding te zwaar is, welk script het langst blokkeert en waar de tijd blijft.
Als rapportcijfer is hij onbetrouwbaar. Draai dezelfde test drie keer achter elkaar en je krijgt drie verschillende scores.
Veldmeting: echte bezoekers
Google verzamelt die gegevens via Chrome en toont ze in google search console, bij het onderdeel over de gebruikerservaring.
Je ziet daar geen score maar percentages: bij hoeveel bezoekers je pagina snel genoeg was. Dat is de maat waar Google zelf op stuurt.
Mijn vuistregels
- Kijk eerst naar de veldgegevens, en pas daarna naar een losse test.
- Test drie keer en neem het middelste resultaat, nooit de eerste meting.
- Meet op mobiel, want daar zit het probleem bijna altijd.
- Test niet alleen je homepage maar ook een echte inhoudspagina.
Die laatste levert vaak een verrassing op. Je homepage is meestal zorgvuldig opgebouwd; je oudste blogartikel is dat zelden.
Hoe je goed test
Gebruik een privévenster, zodat browserextensies en opgeslagen bestanden je meting niet vertekenen. Zet de meting op mobiel.
Test daarna dezelfde pagina nog een keer, want de eerste keer moet je server alles vers opbouwen. Meer daarover lees je bij cache.
Waar je op let
Niet op het eindcijfer, maar op de lijst met adviezen eronder. Daar staat wat er concreet aan de hand is en hoeveel tijd elk punt kost.
Sorteer die lijst op besparing en pak de bovenste twee. De rest is meestal ruis. Meer over hoe je bepaalt wanneer het genoeg is lees je bij welke score is goed genoeg.