Welke informatie hoort op de website van een zorgaanbieder?
Drie blokken, voor drie verschillende bezoekers: de cliënt en zijn naaste, de verwijzer, en de mogelijke medewerker.
Die drie zoeken andere dingen, in andere woorden. Zet je dat op één pagina, dan is het voor alle drie te vaag.
Geef ze elk een eigen ingang met een eigen toon en de juiste contactpersoon erbij.

De wachttijd is het meest gezocht
Zet hem per vorm van zorg op de site, met de datum waarop je hem bijwerkte.
Een wachttijd van vorig kwartaal is erger dan geen wachttijd: hij kost je vertrouwen bij precies de verwijzer die je nodig hebt.
Is de wachttijd lang, wees dan eerlijk en zet erbij wat iemand ondertussen kan doen of wie hij bij verergering belt.
Leg de financiering uit
Welke zorg via de gemeente loopt, welke via de zorgverzekering, welke via de Wlz, wat een pgb is en wanneer er een eigen bijdrage geldt.
Daar gaan de meeste telefoontjes over, en het is het punt waarop mensen afhaken voordat ze zich melden.
Vergeet de verwijzer niet
Een huisarts of wijkteammedewerker wil in één oogopslag zien welke doelgroep je bedient, wat de wachttijd is en hoe hij verwijst.
Mijn vuistregels
- Wachttijd per zorgvorm, met datum.
- Eén pagina per financieringsvorm, in gewone taal.
- Een aparte pagina voor verwijzers met direct nummer.
- Registraties, keurmerk en klachtenregeling zichtbaar.
Die derde levert vaak meer aanmeldingen op dan alle cliëntpagina’s samen.
Zet je mensen erop
Wie er werkt, met een foto en een zin over wat ze doen. Een cliënt of naaste wil weten wie er straks over de vloer komt.
Denk aan de toegankelijkheid
Grote letters, veel contrast en goed te bedienen op een telefoon. Een deel van je bezoekers is op leeftijd.
Hoe je begrijpelijk schrijft lees je bij begrijpelijke zorgteksten.