Hoe laat je als tekstschrijver je werk zien?
Met korte fragmenten plus de context van de opdracht, en voor vertrouwelijk werk met een beschrijving zonder de klantnaam te noemen.
Het lastigste aan een portfolio voor tekstschrijvers is dat een groot deel van je beste werk niet met je naam erop staat.
Je schreef als ghostwriter, het viel onder geheimhouding, of het is inmiddels door een marketingafdeling herschreven.

Toon wat je mag tonen
Van openbaar werk zet je een fragment van een paar alinea’s op je site, met erbij wat de opdracht was en wat de tekst moest bereiken.
Niet de hele tekst, want die leest niemand. Het fragment plus de context is het bewijs.
Zet er zo mogelijk bij wat er vóór jouw versie stond. Het verschil tussen die twee zegt meer over je vak dan welke toelichting ook.
Vertrouwelijk werk mag je beschrijven
“Voor een softwarebedrijf tien productpagina’s herschreven, van vakjargon naar taal die een inkoper begrijpt” is toegestaan.
Dat zegt evenveel over je vakmanschap als een merknaam, en veel opdrachtgevers geven daar makkelijker toestemming voor.
Laat resultaten meepraten
Cijfers helpen, mits ze eerlijk zijn en je erbij zet waar ze vandaan komen: meer aanvragen, minder vragen aan de klantenservice, een nieuwsbrief die wél gelezen wordt.
Mijn vuistregels
- Fragment plus context, nooit de hele tekst.
- Geen klantnaam zonder toestemming.
- Beweer geen resultaat dat je niet kunt onderbouwen.
- Vraag reacties over het samenwerken zelf.
Die laatste is goud waard: of je je afspraken nakwam, of je de tone of voice te pakken had, of je kritiek goed opnam.
Orden je werk op vakgebied
Een opdrachtgever wil zichzelf herkennen. Groepeer op branche of tekstsoort in plaats van op jaartal.
Houd het levend
Vervang elk half jaar een stuk. Een portfolio dat stilstaat, suggereert een schrijver die stilstaat.
Meer over die indeling lees je bij wat er op zo’n website hoort.